De strontgoal
In dit artikel:
Vandeweek hoorde de verteller dat de selectie voor het wereldkampioenschap bekend is gemaakt, en hij moppert over alle deskundige commentatoren die al hunzeggen terwijl het toernooi nog moet beginnen. Zelf geeft hij toe er weinig verstand van te hebben, maar dat doet hem terugdenken aan vroeger: zijn voetbaltijd bij de KPJ, een lokale jongerenvereniging.
In die tijd speelde hij meestal op het middenveld; zijn neef was aanvoerder en liet hem vooral lopen en tegenstanders dicht op de huid zitten. Hij beschrijft hoe hij veel rende, zelden de bal kreeg en zelfs het doel uit het zicht verdween. De scheidsrechter had het vaak op hem gemunt; het inschuiven en fel verdedigen leidde meer dan eens tot kaarten.
De wedstrijd waar hij het meest aan terugdenkt speelde op een modderig, hobbelig veld vlakbij een boerderij. Tijdens een aanval werd een inzet over gekopt en belandde de bal toevallig in de straal van een mestspreider achter het doel. Bij de corner gaf zijn neef een strakke voorzet en de mest spatte alle kanten op; de tegenstanders — stedelingen die niet in de modder wilden stappen — durfden er niet op af. De bal ketste tegen zijn hoofd en verdween in de hoek: 1–0, de onvergetelijke “strontgoal”.
Hij scoorde daarna nooit meer, maar die goal blijft hem bij. (Jan Sprangers)
De Oranjezomer: Michiel Kramer noemt slechtste trainer uit zijn loopbaan: 'Hij kleineerde spelers'