Historisch Heusden -246 Thema Dodenherdenking Drunen 2026
In dit artikel:
Op zaterdagmiddag 4 november trekken Schotse Highlanders Drunen binnen en komt er formeel een eind aan de Duitse bezetting, maar de bevrijding gaat gepaard met chaos en verlies. Inwoners kruipen uit schuilplaatsen in een gehavend dorp met brandende kerk; de enige huisarts, Gerard Akkermans (1906–1944), wordt diezelfde avond door een Engelse militair neergeschoten. Vervoer naar ziekenhuizen is in eerste instantie onmogelijk: alle bruggen over kanaal en Maas zijn vernield en ’s-Hertogenbosch ligt nog in het strijdgebied.
Tijdens de nacht legt de geallieerde genie een noodbrug over het kanaal, waarna ’s morgens de eerste gewonden uit Drunen, Elshout en van de stadhuisramp in Heusden per boerenkar of Engelse Rode Kruis-ambulance via zandpaden door de Drunense Duinen naar vier ziekenhuizen in Tilburg worden gebracht. Uiteindelijk sterven zeven mensen uit Drunen en Elshout en drie slachtoffers uit Heusden aan hun verwondingen.
Kort na de bevrijding wordt de Bergsche Maas een frontlinie: aan weerszijden staan artilleriestellingen, Duitse troepen over de rivier en Canadese batterijen in dorpen aan deze kant. Nieuwe beschietingen eisen opnieuw slachtoffers onder de bevolking: Wim de Hart (1909–1945) en Nico Boom (1918–1945), die als leider van de plaatselijke Ordedienst wacht hield, sterven aan verwondingen. Ook geallieerde infanteristen sneuvelen; enkelen krijgen eerst een tijdelijk graf maar worden later naar militaire erevelden overgebracht. Het graf van William Clay (1921–1945) op de begraafplaats van Elshout herinnert nog aan deze verliezen.
Een ander geweldstype dat de regio maandenlang in angst houdt, zijn de V-1 vliegende bommen. Op 16 december 1944 – de eerste dag van het Ardennenoffensief – worden vanuit ongeveer vijftien lanceerbanen in Salland onbemande straalvliegtuigen op Antwerpen afgevuurd, elk met ruim 800 kilogram springstof. De trajecten naar de haven van Antwerpen liepen recht over dorpen in de omgeving van Drunen; tussen december 1944 en eind maart 1945 werden duizenden V-1’s gelanceerd. In de gemeente Heusden stortten naar schatting ongeveer dertig V-1’s neer. Drunen had het geluk dat er geen exemplaar in de bebouwde kom viel, maar de permanente angst onder de bevolking was voelbaar — men smeekte dat bommen in een weiland of polder zouden neerkomen in plaats van op daken of zolders.
In het voorjaar van 1945 leidt onzorgvuldig vuur door Engelse troepen in de Duinen tot wrijving tussen burgemeester Van der Heijden en de dienst Civil Affairs, maar niet tot het stoppen van de oefeningen. Daardoor vallen nog meer burgerdoden: Antoon Knoops (1922–1945) overlijdt door granaatscherven, de eenjarige Francisca Fortuijn wordt dodelijk getroffen door een Engelse granaat in haar huis aan de Brabantweg, en de vierjarige Cor Bergmans (1941–1945) raakt dodelijk gewond wanneer een landmijn in Torenstraat explodeert.
Naast oorlogshandelingen aan huis werden veel jonge mannen uit Drunen en Elshout opgeroepen voor de Arbeitseinsatz — verplichte tewerkstelling in de Duitse oorlogsindustrie. Exacte aantallen ontbreken, maar twee van hen overleden in het buitenland: Gerard van Belkom (1923–1945) stierf in januari 1945 in een Hannoveriaans ziekenhuis aan tuberculose en is begraven op het Nationaal Ereveld Loenen; Albert Vennings (1924–1945) kwam in juni 1945 om bij een ongeluk met een Russische trailer en werd zijn familie pas maanden later op de hoogte gesteld.
Een derde facet van het oorlogsleed verbindt Drunen met Nederlands-Indië: drie religieuzen uit het dorp werden door de Japanners geïnterneerd. Kapucijnerpaters Herman-Jozef van Hulten en Wilbert-Jan de Wit overleefden de gevangenschap in Kuching (Borneo), maar droegen jarenlang de gevolgen van tekort aan voedsel, ziekte en dwangarbeid. Frater Walther Mimpen overleed in kamp Teling op Celebes op 29 april 1945, kort voor de Japanse capitulatie.
Het verhaal van Drunen tussen late 1944 en midden 1945 is daarmee geenszins alleen een bevrijdingsverhaal: het toont ook hoe frontverschuivingen, vergissingen, strategische bombardementen en gedwongen arbeid leidde tot aanhoudend menselijk leed, zelfs nadat de vijand was verdreven.