Historisch Heusden - 247 Betje Mommersteeg, een bekende inwoonster van Vijmen
In dit artikel:
Betje Elisabeth Helena Mommersteeg (1851–1932), ongehuwde dochter van Petrus en Maria Mommersteeg uit Vlijmen, speelde een opvallende rol in de bloeitijd en het latere verval van de lokale hophandel en in het maatschappelijke leven van de omgeving. Haar ouders en broers Michiel en Louis bouwden vanaf midden 19e eeuw een succesvolle handel op in hop – een belangrijke grondstof voor bierbrouwerijen in Nederland, België en Frankrijk – en breidden die onderneming vanaf circa 1878 uit met inkoop in Russisch Polen en directe verkoop aan Engelse kopers. Louis organiseerde zelf de aankoopreizen en het transport via karavanen naar spoorlijnen en de haven van Gdańsk, waarna de lading naar Engeland werd verscheept.
De handel kende minimaal één grote buitenlandse partner, maar kreeg vanaf de jaren 1880 te maken met tegenwind: Engelse invoerbeperkingen, misoogsten, dalende kwaliteit van de Nederlandse teelt en stijgende kosten maakten de handel risicovoller. Bemestingsproeven op de Mommersteeg-gronden rond 1890–1895 leverden geen blijvende verbetering, en rond het begin van de 20e eeuw verdween de hopteelt uit de regio, waarna akkerbouw, groente- en zachtfruitteelt in opkomst kwamen. Betje fungeerde als stille vennoot en hield de administratieve zijde van de onderneming bij; ze bezat verder een lakenwinkel in Waalwijk en verwierf tal van percelen grond in en rond Vlijmen, die haar erfgenamen na de Tweede Wereldoorlog aan gemeenten verkochten.
In 1895 liet Betje op erven die ze uit een familie-erfenis had gekregen een Engelse-stijl villa bouwen aan de Vlijmense Meliestraat: Huize Meerlandt, vernoemd naar het omliggende weilandengebied. De villa kreeg een bloemenkas en werd omringd door een uitgestrekte siertuin met aanpalende percelen voor groenten, fruit en bloemen. Bloemencultuur en kerkelijke versiering waren haar grote liefhebberijen; veel bloemen uit haar kas werden gebruikt voor het altaar van de rooms-katholieke kerk, met name met Pasen en in mei. De huishouding bestond uit een inwonende huishoudster, een tuinman en een koetsier. Bij officiële gebeurtenissen – bijvoorbeeld het passeren van koningin Wilhelmina (1904) en de installatie van burgemeester Van de Ven (1907) – werd de villa rijkelijk versierd.
In 1915 liet Betje de eerste privé-tennisbaan van de Langstraat aanleggen, een baan die volgens vakmanschap en met onderhoudsarme technieken werd aangelegd en nog bestaat. Rond 1925 besloot ze aan de kerk te schenken maar koos in overleg voor het aanleggen van een familiegraf op het kerkhof; het monument is van zwart gepolijst graniet en herbergt meerdere familieleden. Louis (overleden 1930) was de eerste die hier werd bijgezet.
Ook op het gebied van onderwijs verrichtte Betje een bijdrage: samen met haar broer Michiel financierde zij rond 1905–1906 de bouw van het fraterhuis bij de nieuwe school van de Fraters in Vlijmen; de school, bemand door vijf fraters, opende op 1 januari 1906 en werd in juni 1907 ingezegend. Daarmee markeren de Mommersteegs zich als belangrijke lokale sponsors van zowel economische ontwikkeling als kerkelijk en maatschappelijk leven in Vlijmen en omgeving.