Historisch Heusden - 257 Vooroorlogse wandeling door de Stationsstraat
In dit artikel:
Een fictieve wandeling door de Stationsstraat in Drunen brengt het dorp van de jaren dertig tot leven. De straat, toen nog een met keien bestrate verbinding tussen de Grotestraat en de spoorwegovergang, werd omzoomd door iepen, elektriciteitspalen en straatverlichting. De historische gebouwen, bedrijven en inwoners in het verhaal zijn werkelijk aan Drunen verbonden.
De wandeling begint bij de Sint-Lambertuskerk, die sinds 1874 het dorpsbeeld bepaalt, en het in 1935 gebouwde gemeentehuis. Achter de kerk staat de rooms-katholieke jongensschool uit 1927. Schoolhoofd J.P. van Rooij heeft er te maken met grote klassen van inmiddels meer dan veertig leerlingen. Bij ijssalon ‘Het Jantje’ ontmoet de wandelaar Hannes van Loon, die voor de gemeente bermen en wegen onderhoudt. Langs de straat liggen arbeiderswoningen, boomgaarden en tuinen met kleinfruit.
Een belangrijk complex wordt gevormd door de gebouwen van de Jongenscongregatie en de Broeders van Drunen. De patronaatsgebouwen bieden ruimte aan godsdienstonderwijs, toneel, muziek, sport, handvaardigheid, een bibliotheek en biljarts. Achter het complex liggen onder meer een tennisbaan, een handboogschietbaan, een muziekkiosk en een gymnastieklokaal. Hier ontstaat ook voetbalclub V.J.C. De broeders houden zich bezig met verpleging en de verzorging van oudere mannen en kostheren. Pastoor P.Th. Goossens, sinds 1924 aan de parochie verbonden, loopt de wandelaar tegemoet.
Aan de overzijde staat het pakhuis van de Coöperatieve Aankoop Vereniging, de Boerenbond. Daar worden via het station aangevoerde kunstmest, zaden en graan opgeslagen en gemalen. Zaakvoerder is Kees van Spijk. Ook Thijs van Halder, een invloedrijke bestuurder en actief in onder meer de Boerenleenbank, boterfabriek en veiling, is er aanwezig. Naast het pakhuis staat de stoomboterfabriek uit 1905, waar melk wordt verwerkt tot roomboter. Het imposante machinepark en de hoge schoorsteen illustreren de industrialisering van het dorp.
Verderop bevinden zich het aannemersbedrijf van Gerrit Merkx, de tabakswinkel van Toon van Oers en de schoenfabriek van Gebr. De Munnik. Die fabriek is gevestigd in het voormalige pand van de failliete schoenfabriek Brabant, ook bekend als Vierbond. Na de aankoop door de gemeente wordt het terrein in kavels verkocht, waarop later woningen met kenmerkende mansardedaken verrijzen. Opvallend is dat de Stationsstraat in deze periode nauwelijks winkels of cafés telt.
Aan het einde van de straat staat het gemeentelijke slachthuis, dat in 1932 is gebouwd. Vee mag daar niet langer door boeren zelf worden geslacht; slachtingen en vlees worden gekeurd. Dorpsomroeper Toontje de Veer kondigt de verkoop van het vlees per fiets en met een bel aan. Na het slachthuis begint het landbouwgebied en loopt de straat omhoog naar de spoorwegovergang van de Langstraatspoorlijn. Een passerende stoomtrein, met personen- en goederenwagons, vormt het slotbeeld.
De wandeling laat zien hoe in het vooroorlogse Drunen traditionele landbouw, paardenwagens, ambacht en kerkelijk leven naast fabrieken, machines en spoorverkeer bestaan. De Stationsstraat was daardoor niet alleen een doorgaande weg, maar ook een centrale plek in het dagelijks leven van de dorpsbewoners.
Vandaag Inside: Albert Verlinde In de Wandelgangen: 'Dat ik dat ooit zou zeggen, dat zou je nooit geloven'