Jonker Fris gaat jam maken
In dit artikel:
Wie de vesting van Heusden nadert, ziet nog steeds de schoorsteen van de voormalige conservenfabriek Jonker Fris — een zichtbaar restant van een bedrijf dat in 2008 na bijna een eeuw de poorten sloot en daarmee een einde maakte aan een lokale economie waarin vrachtwagens met groente en fruit jarenlang dagelijks kwamen en gingen. De sluiting liet veel werknemers in onzekerheid achter.
Het boek De Jonker Fris Ingeblikt schetst de geschiedenis van het bedrijf en van directeur Louis van Wagenberg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkten zo’n 240 mensen er vooral aan pulp en gepureerde aalbessen, zwarte en rode bessen en frambozen voor de export. Ironisch genoeg ging een deel van die productie naar Duitsland, waar het nazibewind absurde ideeën aan sommige producten toeschreef. Van Wagenberg werd tijdens de oorlog kort gearresteerd maar vrijgelaten; eind 1944 financierde hij bovendien de onderduik van 47 geallieerde militairen in Elshout, waardoor het verzet op de zwarte markt voedsel kon kopen.
Na de oorlog verlegde het bedrijf zijn focus naar het inblikken van groente en leverde veelal onder private labels aan ketens als De Gruyter, Albert Heijn en De Spar. Grondbezit speelde een rol: sinds aankoop van het 274 ha grote natuur- en landbouwgebied De Tongelaar (tussen Grave en Mill) in 1918 kwam veel eigen fruit en groente van het land. De groeiende Britse vraag naar jam bracht Van Wagenberg op het idee zelf te produceren; na aanvankelijke problemen leidde samenwerking met concurrenten en vakmensen tot succes. In de jaren vijftig en zestig breidde Jonker Fris uit met nieuwe hallen, machines en leveringscontracten.
De familie koos bewust voor laagstambomen in nieuwe boomgaarden — een investering die uiteindelijk duizenden kilo’s fruit opleverde en jarenlang de basis vormde voor het bedrijf.