Monumenten en Heusdens erfgoed - 293
In dit artikel:
Op 14 oktober 1935 nam mr. dr. A. van Rijckevorsel het pomponderstation in het Bossche Veld bij Deuteren en de 36 meter hoge watertoren in Nieuwkuijk officieel in gebruik. Het water kwam uit het hoofdpompstation in Nuland en via een nieuw distributienet van 37 kilometer werden Vlijmen, Nieuwkuijk en Drunen op het drinkwaterriool aangesloten; het gemeentelijke Licht- en Waterbedrijf ’s‑Hertogenbosch verzorgde de exploitatie. Eerder, sinds 1934, kreeg ook de stad Heusden water aangevoerd vanaf Oosterhout via onder meer Geertruidenberg en Genderen.
In 1935 werd de Waterleiding Maatschappij Oost‑Brabant opgericht, die in 1939 het Bossche Waterbedrijf overnam. In 1954 verrees in Het Ven (zuidelijk van de Heidijk in Nieuwkuijk) een waterproductiebedrijf met een 12 meter hoog filtergebouw; dat complex putte water uit zeven pompputten van circa 165 meter in het waterwingebied Margriet – Helvoirtse Heide. Door modernisering en uitbreiding werd in 1979 een geheel nieuw productiebedrijf gebouwd, waarmee de oude watertoren zijn functie verloor. In 2002 fuseerden de Waterleiding Maatschappijen Oost‑Brabant en Noordwest‑Brabant tot Brabant Water.
Het huidige productiecomplex ligt in het langgerekte, bosrijke Vlijmens Bos aan de Vaartweg, een groenstructuur die rond 1950 door de gemeente Vlijmen werd aangelegd. De gebouwen zijn grotendeels onderkelderd en vormden in 1979 het ontwerp van Harry van Hal (Architectenbureau Van der Laan en Van Hal, ’s‑Hertogenbosch). Door veel onderdelen ondergronds te plaatsen konden de bovengrondse bouwdelen — Pompgebouw 2, Filtergebouw 2, het Ozongebouw en toegangspartijen naar de reinwaterkelders — lager en bescheidener blijven dan het oudere, 12 meter hoge filtergebouw uit 1954.
Architectuur en stijl zijn sterk beïnvloed door de Bossche School. Hans van der Laan (opvolger van Nico van der Laan) benadrukte dat het ontwerp niet primair industrieel oogt omdat de Bossche School functionaliteit altijd verbindt aan een menselijke, culturele expressie. Het complex werkt volgens strikte verhoudingen: muurdikte afgestemd op standaard waalformaat, modulair opgevat met kleine ‘cella’-ruimtes die samenkomen in grotere ‘hoven’, en de toepassing van het plastische getal als maatstelsel. Typische kenmerken zijn rechthoekige blokvormen, diepe raamopeningen, baksteenmetselwerk met ruwe voegen, repeterende tussenpenanten en smalle stalen ramen. De soberheid en maatvoering leveren een ingetogen, huiselijk ogende industriële groep gebouwen die harmonieert met het omringende buitengebied.
De Oranjezomer: Victor Vlam over kritiek op man-vrouwverhouding bij NOS-sportjournalisten op het WK: 'Gezeur!'