Monumenten en Heusdens erfgoed - 295
In dit artikel:
De Catharijnekerk in Heusden, gewijd aan Sint‑Catharina van Alexandrië, wordt voor het eerst genoemd in 1210. In 1555 kreeg de kerk een noordelijke kruisarm: een transept en een zijbeuk met vier traveeën, opgetrokken in de regionale Kempense gotiek. Tijdens de nacht van 4 op 5 november 1944 bliezen Duitse troepen de twee westelijke traveeën op; bij het herstelplan van het college van B&W uit 1954 werd besloten deze niet te herbouwen. Daardoor bestaat de noordgevel sinds de wederopbouw uit het noordertransept en twee traveeën, die tijdens de restauratie zijn geconsolideerd en gerestaureerd.
De beschreven bouwdelen tonen kenmerkende eigenschappen van Kempense gotiek: een robuuste, sobere baksteenarchitectuur met minder nadruk op verticaliteit dan de grote gotische kathedralen, zonder luchtbogen en met weinig beeldhouwwerk. Muren, steunberen en pinakels zijn opgetrokken uit warmrode baksteen (gebakken van lokale rivierklei) in kruisverband, afgewisseld met horizontale banden van Bentheimer zandsteen die het gevelvlak ritmisch verdelen.
De noordelijke traveeën en het transept hebben leien zadeldaken boven houten tongewelven; de nokken staan haaks op de hartlijn van het schip en sluiten aan op het hoofdzadeldak. Steunberen met circa 2,5 meter hoge hardstenen sokkels vangen de zijwaartse druk van de gewelven op. In de sokkels bevinden zich nissen of casementen, sommige nog met consoles voor beelden. Op de steunberen rusten slanke pinakels — decoratieve, spits toelopende bekroningen die tevens door hun gewicht de stabiliteit vergroten — versierd met kruisbloemornamenten en zandstenen bekroningen.
Alle vensters zijn spitsboogvormig en voorzien van tracering (maaswerk) en twee of drie montants; montants en tracering combineren bak‑ en zandsteenornamenten en de vensterneggen zijn geprofileerd. De topgevels bevatten resten van vernield beeldhouwwerk uit de beeldenstorm, waaronder mogelijk een voorstelling van de kruising; ronde casementen met rollaag en zandstenen sluitstenen tonen waarschijnlijk resten van sculpturale elementen. In de geveltop van de linkertravee bevindt zich een cartouche met jaartalsteen 1550. Stalen muurankers zijn zichtbaar in de geveltoppen.
Het noordportaal in de linkertravee is een spitsvormig — traditioneel uitvaartportaal — met hardhouten deur, hardstenen bovendorpel en een halfsteens korfboog met drie rondboogcasementen. Tegen de gevel van het noordertransept zijn epitafen aangebracht voor leden van de familie Johannes Augustus Gerlach (verschillende generaties), ooit begraven op de hervormde begraafplaats aan de huidige Herptseweg in Oudheusden.
Kortom: de noordelijke kruisarm van de Catharijnekerk illustreert hoe lokale varianten van de gotiek in baksteen zijn vormgegeven, hoe oorlogsverwoesting het huidige silhouet bepaalde en hoe restauraties uit de jaren na 1945 de karakteristieke elementen — steunberen, pinakels, spitsboogvensters en geveldetail — hebben geconserveerd.
De Oranjezomer: Wat zijn volgens Henk ten Cate de kansen van Nederland en Marokko om door te gaan?