Monumenten en Heusdens Erfgoed - 313 Opgravingen uit het katholieke massagraf van Heus
In dit artikel:
Na het opblazen van de stadhuistoren in Heusden in de nacht van 4 op 5 november 1944 werd begonnen met het bergen en identificeren van de slachtoffers. Op zowel de katholieke begraafplaats aan de Heusdenseweg als de hervormde begraafplaats aan de Vestingweg werden massagraven aangelegd. Woonwagenbewoners die toevallig in de stad waren, groeven de graven, vervoerden de lichamen met gevorderde boerenkarren en begroeven de slachtoffers grotendeels zonder kist, omdat hout schaars was. Op 12 november werd het laatste slachtoffer begraven. Politie-opperwachtmeester Jan van Elderen deed later aangifte van 134 doden.
De ramp trof ook de familie Van den Berg zwaar. Maria van den Berg-Merkx, haar dochter Maria, haar zoon Jo en haar kleindochter Riet kwamen om toen zij in het stadhuis schuilden. Zij werden in het katholieke massagraf begraven. Vader Mart, die tijdens de ramp in een ziekenhuis lag, overleed op 23 november en werd later in Heusden herbegraven.
Op 6 augustus 1945 werden de vier familieleden op verzoek van zoon Mart opgegraven. Na een uitvaartdienst in de noodkerk aan de Putterstraat kregen zij een nieuwe begrafenis op de katholieke begraafplaats. Jo en Riet werden samen gekist, terwijl Maria en haar dochter afzonderlijke graven kregen. Het grafmonument van Jo en Riet vermeldt dat zij op 5 november 1944 bij de stadhuisramp omkwamen.
Recent onderzoek in kerkelijke en gemeentelijke archieven, waaronder een vergunning van waarnemend burgemeester A. van Delft, werpt nieuw licht op deze bijzondere herbegrafenis en op de reden waarom Jo en Riet uiteindelijk een eigen grafmonument kregen.
Vandaag Inside: René van der Gijp wil Marcos Leonardo eindelijk eens zien scoren: 'Ik ga de training bezoeken!'