Opvang patiënten met besmettelijke ziektes in 'De Barak'
In dit artikel:
Het St. Antoniushuis in Heusden stond al vroeg in het teken van zorg voor kwetsbare mensen. In 1927 kreeg het gasthuis elektrisch licht; in 1936 volgden een volledige elektriciteitsvoorziening en waterleiding. Het huis had toen aparte afdelingen en tuinen voor mannen en vrouwen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de besmettelijkeziektenbarak aan de overkant van het gasthuis, in de huidige Bloemstraat, van groot belang. Op 22 april 1942 werden er vijf Heusdense patiënten opgenomen met onder meer difterie, roodvonk en tyfus. Door hen apart te verplegen probeerde men verdere besmetting te voorkomen. Ook patiënten uit omliggende plaatsen kwamen er terecht. Sommige kinderen herstelden en mochten naar huis, maar een jongen uit Wijk overleed in december 1942 aan difterie. Omdat besmettelijke ziekten bleven voorkomen, werden Heusdense patiënten ook opgevangen in abdij Mariënkroon in Nieuwkuijk en in een moederhuis in Tilburg.
Het Antoniushuis bood daarnaast ruimte aan het consultatiebureau, nadat de oude MULO-school niet meer beschikbaar was. Bij gebrek aan benzine kon de arts niet iedere week komen. Na de oorlog verloor de barak haar medische functie. Onder de naam Het Koffiekanneke werd zij een ouderensociëteit en later een ontmoetingsplek voor onder meer samenlevingswerk en scouting. De locatie aan de Bloemstraat werd gesloopt voor de Johannes Paulusschool; de sociëteit verhuisde vervolgens naar de Demer.
In de laatste oorlogsdagen werd ook het Antoniushuis getroffen. Op 2 november 1944 beschadigde een granaat de kapel en het ziekenhuisje van de zusters. In de omgeving werd bovendien de Sint-Catharinakerk verwoest.
Vandaag Inside: Gerard Joling maakt er met ‘Creditcard van Staal’ één groot feest van bij Vandaag Inside